Twee keer zoveel vuurwerkslachtoffers als vorig jaar

Afgelopen jaarwisseling eiste 773 vuurwerkslachtoffers, een toename van 102 procent ten opzichte van vorig jaar. Dat blijkt woensdag uit onderzoek van kenniscentrum VeiligheidNL in samenwerking met artsen en chirurgen. Er gold voor het tweede jaar op rij weliswaar een vuurwerkverbod, maar ook het toegestane ‘kindervuurwerk’ leidde tot veel verwondingen.

Het gros van de slachtoffers, 507 personen, kwam op de huisartspost terecht. Het aantal behandelingen op de spoedeisende hulp is meer dan verdubbeld naar 256. Vergeleken met de laatste jaarwisseling voor corona, in 2019, ziet het kenniscentrum overigens een daling van 40 procent van het totale aantal vuurwerkslachtoffers.

Het zogeheten categorie 1-vuurwerk (F1), ook wel kindervuurwerk genoemd zorgde afgelopen jaarwisseling voor veel jonge vuurwerkslachtoffers. Zij kregen overwegend te maken met brandwonden of oogletsel. In totaal moesten 190 kinderen worden behandeld, tegenover 120 vorig jaar. In 47 procent van de gevallen waren hun verwondingen veroorzaakt door F1-vuurwerk en 48 procent van de jonge slachtoffers had het vuurwerk dat hen verwondde zelf afgestoken, hoewel kinderen onder twaalf jaar dat volgens de wet niet mogen. Omstanders die gewond raakten door andermans vuurwerk vormden dit jaar 48 procent van het totale aantal slachtoffers. Vorig jaarwisseling was dat 44 procent.

VeiligheidNL wijst naar de gebrekkige naleving van het vuurwerkverbod als een mogelijke oorzaak van de toename van het aantal vuurwerkslachtoffers. Dat er vuurwerk in België te koop was heeft vermoedelijk een rol gespeeld. Het kenniscentrum werkte voor het onderzoek samen met onder meer de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen en de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie.